« januari 2010 | Hoofdmenu | maart 2010 »
De val van het kabinet in Nederland is op Curacao ingeslagen als een bom. Gevolgd door een doodse stilte. Het horroscenario dat door enkele 'doemdenkers' reeds maanden zo niet jaren geleden al werd aangekondigd is een feit.
Met al het gekrakeel over een wetje hier en een regeltje daar, met een dwars Bonaire, met een dikke discussie over belasting en justitie, met een smal draagvlak voor een al dan niet omstreden referendumuitslag zitten we hier met onze mond vol tanden. Omdat we nu allemaal echt voelen wat afhankelijkheid is.
Onze toekomst kijkt ons in bevroren toestand aan. Al dan niet controversieel, bepaald door de ander... Niet helemaal natuurlijk. Ons gekrakeel en ons dwars-zijn -waarbinnen onze angst voor verandering besloten ligt- zijn ook kooltjes in het toch al oplaaiende vuur gebleken.
En daar zitten we dan. 'Oetluld' (uitgeluld) zou mijn man in goed Twents zeggen. We kunnen alleen maar afwachten. Net als de rest van het Koninkrijk der Nederlanden. Gelukkig kunnnen wij dat op het strand en in de zon doen.
Het Despootje
Despootje snelde uiterst pedant
de koppen van de ochtendkrant
Elke dag, een vaste prik
‘Wat schrijven ze nu weer over mijn ik’
‘Nee, dit klopt niet… fout geciteerd’
‘En dat is een leugen… ongefundeerd’
‘Hoe kunnen ze zo schrijven over mij’
‘Wat een smerige volksverlakkerij’
Woedend sloeg de vuist van Despootje
het bureaublad naar z’n grootje
‘Wat denken ze wel niet, daar beneden
Ik ben toch niet van lotje getikt
Ik heb hooguit een klap van de molen gekregen
maar dat krijg je als je zit waar ik zit’
Despootje greep de secretaris
zeer hardhandig bij zijn vel
‘We gaan vertellen dat het niet waar is
Zitten en typen, snel snel snel.’
De koffiejuf -voor Despootje bevreesd-
klopte aan en vroeg bedeesd
‘Een koffie of een thee misschien?’
‘Niet nu, jij domme stomme trien’
gilde Despootje buiten zinnen
‘We zijn aan het werk, dus waag je niet binnen
Mijn imago ligt op straat
En er is er maar één die daarover gaat’
Grommend ging Despootje verzitten
venijnig ging zij door met vitten
‘Van repliek zullen wij hen dienen
Ze zullen krijgen wat ze verdienen
Niemand heeft het recht
te twijfelen aan wat ik zeg
Zelfs ik niet’, schreeuwde het Despootje
‘En wie dat wel doet, legt het loodje
Die schiet ik aan en maak ik af
Typen jij. Ik geef ze straf’
Bibberend typte de secretaris
de letteren van Despootjes wrok
alles wat zij vond, en wat dies meer is
schreef de man gehoorzaam op
Maar door het gewicht
van Despootjes betoog
-een verhaal dat er niet om loog-
zwalkte en zwikte
zuchtte en krakkemikte
de stoel waarop zij zich bevond
en voor de secretaris de ‘send’ -knop vond
lag het Despootje al op haar kont
2010 © ElodieHeloise
Een titel… die heb ik nog niet
Een gesprek met Roland Colastica en kinderboekenschrijver Sjoerd Kuyper over de eerste jeugdroman van Roland, het schrijfproces, de coaching van Sjoerd en een bijzondere vriendschap.
Op het terras aan zee van het Avila Hotel ontmoet ik hen. Sjoerd Kuyper(1952), gerenomeerd kinderboekenschrijver, en Roland Colastica (1960), performer, schrijver, leerkracht drama. Ik heb een bekende Nederlander en een bekende Curaçaoënaar tegenover me zitten. Twee mannen die al sinds 1994 een warme vriendschap onderhouden. Maar dat is niet de reden van dit gesprek. De aanleiding is de langverwachte jeugdroman van Roland Colastica die zich volledig op Curaçao afspeelt. ‘Het is een boek over de samenleving van nu en over de Curaçaose jeugd van nu. De hoofdpersoon is Jurcell. Hij is 13 jaar en je ontmoet hem als zijn leven op z’n kop komt te staan. Een leven dat voor die tijd kalm en rustig verliep. Veilig en beschermd. Dat verandert en Jurcell komt er alleen voor te staan. De wereld zoals hij die kende komt in botsing met de realiteit. Het verhaal speelt zich af op Curaçao en beschrijft ook de vele sociale en maatschappelijke invloeden die meespelen bij de vorming van een jong mens. Jurcell gaat het avontuur aan. Hij leert zichzelf kennen en ontdekt zijn innerlijke kracht.’ Het boek zit nu in de laatste schrijffase maar een titel heeft het nog niet. ‘Dat is helemaal niet erg,’ zegt Sjoerd Kuyper. ‘Soms heb je een titel en dan schrijf je daar een boek bij. En soms is het boek af en moet de titel nog komen. Zo kan het gaan. We gaan de hoofdstukken nu van titels voorzien. Misschien komt er dan iets naar boven dat past.’...
Het geheel is te lezen op:
Download ad_16_feb_2010_pag_1.pdf
Download ad_16_feb_2010_pag_2.pdf
Ik hou van Karnaval. Heel echt en heel veel. Omdat ik een hopeloze romanticus ben. Met karnaval vieren we samen feest. Alle kleuren, alle mensen, rijk en arm. Alles staat in de stad langs de straten, danst en lacht met elkaar. Zo gaat het altijd. Zo ken ik dit eiland en ons Karnavalsfeest. Eigenlijk moet ik zeggen dat met Karnaval mijn eiland het dichtst komt bij wat het zou moeten en kunnen zijn. In mijn romantische, naar harmonie smachtende, wensbeeld.
Tot afgelopen zondag. Afgelopen zondag met de Gran Marcha was het anders. De sfeer was anders. Langs de straat maar ook in de groepen. Een paar dagen eerder was de route verlegd. Dat viel al niet lekker bij al die mensen die hun stand daar hadden opgebouwd en hals overkop iets anders moesten verzinnen. Want in tegenstelling tot wat mensen denken 'Oh, ik ga leuk karnaval kijken en ik ga wel ergens staan.' Zo werkt het niet bij ons. Mensen reserveren ruim van te voren een plek. Met wit zand wordt het stukje straat afgebakend tot het moment dat het startsein gegeven wordt dat er bankjes, stoelen, tribune's etc op gezet mogen worden. Het is dan ook zeer vervelend als mensen dan gewoon voor jouw neus op jouw plekje gaan staan. En maar al te vaak zijn het gasten van ons eiland die deze regels niet kennen en respecteren. 'Een brutaal mens heeft de halve wereld.' Er was weinig coulance voor deze keer.
Afgelopen zondag kwam de optocht ruim drie uur te laat in beweging. Het gevolg: vermoeide geirriteerde mensen afgeblust met een te grote hoeveelheid alcohol. Mensen die ruzie maakten, die door de groepen heen liepen, elkaar afbekten, elkaar lastig vielen. Gillende ambulances en politie die het bijna niet aankon. 'Als de drank is in de man, dan is de wijsheid in de kan,' zegt men. In dit geval weet ik het niet. 'Dronken mensen en kinderen zeggen de waarheid,' is die andere zegswijze die hier wellicht meer op zijn plaats is. Wat ik gevoeld heb is frustratie, onmacht en een diepliggende onvrede met wat geweest is. Ik ben gevoelig voor gevoeligheden. Subtiele veranderingen vallen mij op. Ze kruipen als kleine beestjes onder mijn huid. Mijn gevoelsmeter noem ik dat. Alles leek afgelopen zondag beladen. Alles leek eruit te komen. Makamba vs yu di tera. Nederland tegenover het straks nieuwe land Curacao. En de onzekerheden die mensen hierover hebben. Ik heb het gevoeld. Dit jaar zat het karnavalsfeest aan het randje van anarchie.
's Avonds reden we terug naar huis. De ramen open. De straten van de stad gaven een damp af die heter was dan anders. Er was meer dan alleen feeststoom afgeblazen. Maar het is niet vreemd. Ik ben behalve karnavalsromanticus doorgaans heel erg realistisch. Ik kijk de 'beer' het liefst recht in de bek. Wat is dat is. Mijn eiland en haar bewoners zitten in een proces van ingrijpende verandering. En er bestaat geen verandering zonder weerstand. Wat ik gevoeld heb is dat er nog heel veel werk aan de winkel is voordat wij echt samen-zijn in het land Curacao.
Het moet 1975 of 1976 geweest zijn. De Gran Marcha liep van de Waterfabriek over de pontjesbrug naar Marie Pampoen. Op deze foto mijn moeder met Bob Kroon ergens ter hoogte van Pietermaai. De groep heette de 'Animated Ragdolls'. De tumba waarop zij dansten 'Hak'e' (volgens de herinnering van mams)
Op deze foto Haidee Romer, intiatiefneemster van de groep en kinderen. Zou er nog geen apart kinderkarnaval zijn geweest?
Deze oude foto's brengen beelden terug. Ik was zeven, stond bij de Waterfabriek, het startpunt van de optocht, naast mijn broer en zusjes om naar gekke verklede mensen te kijken en mee te deinen op de muziek. Ik vond het geweldig. En oja, ergens tussen al die mensen... daar liep mijn moeder.
Hoeveel onreine stappen
zijn er al gezet?
Hoeveel gedachten
door ego gestuurd
het universum
ingebracht?
Hoe vaak is onrecht
recht gesproken?
Hoe vaak uit
eigen kwetsuur
op een ziel getrapt?
Wanneer werd wat
verworpen hoort
tot een nieuwe
standaard verheven
waarmee rekening
gehouden worden moet?
Zou het begonnen
zijn op de dag
dat de mens zichzelf
van zijn waardigheid
heeft gestript?
2010©ElodieHeloise
Naar aanleiding van een atrako die plaatsvond op een van de meest maagdelijke plekken van Curaçao
Mijn ouders zaten drie weken op Bonaire in een oppashuis van vrienden. 'Waarom kom je niet een weekendje,' werd mij gevraagd. 'Dat is gezellig.'
Gezellig? dacht ik. Ik was er 21 jaar niet geweest. Ik heb hele mooie jeugdherinneringen aan Bonaire en tienerherinneringen uit de tijd dat ik nog 'snel en goed genoeg' was om op de boot van mijn pipa mee te mogen varen met de Regatta. Herinneringen die ik graag zo wilde houden.
Niks gezellig. Ik vond dat voorstel doodeng. Bonaire is veranderd. Tenminste dat hoor en lees ik dan. Sinds het proces van de Antillen-ontmanteling zijn intrede heeft gedaan. Bij ons op Curacao staan Bonairianen bekend als rustige, easy going mensen. Dorpeling eerder dan stadsmens. Vissers, natuurmensen, levenskunstenaars die met heel weinig tevreden zijn. Die Bonairiaan, werd mij verteld, is niet meer zichtbaar op Bonaire. Een grote al dan niet tijdelijke emigratie van Nederlanders bepaalt nu het straatbeeld van Bonaire.
Gezellig of niet gezellig, mijn nieuwsgierigheid won en ik ben in het vliegtuig gestapt. Flamingo airport stond er in elk geval nog zoals ik me dat herinnerde. De Bonairiaanse douaniersdame waar ik mijn papieren aan overhandigde vertelde ik dat ik heel lang was weggeweest en dat ik een beetje huiverig was. Onomwonden fluisterde ze me toe: 'Kos ta malu' oftwel 'het gaat slecht' .
Bij het oppashuis kon ik uitkijken over Kralendijk. Heel prachtig. Ik keek naar de zee en voelde de rust. Ja, dit kende ik van Bonaire. Deze rustgevende stilte die je als vanzelf kalm maakt. Een 'go with the flow' gevoel gemixed met een tijd die stil lijkt te staan. Alles vergeten en alleen maar zijn. So far so good.
's Avonds zijn we heel even Kralendijk ingelopen voor een ijsje. Door een straat met een naam waarmee ik verbonden ben. Grappig, ik keek omhoog en zag waar we liepen.
Het beeld in de stad voldeed inderdaad aan het mij reeds eerder geschetste scenario. Heel veel Nederlanders en Spaanssprekende dames achter de bar. Waar zijn de vissers, vroeg ik me af. En de gezinnen die 's avonds buiten zitten? De huizen aan de kust van Kralendijk zijn niet meer van Bonairianen. Huisjes worden gesloopt om plaats te maken voor appartementencomplexen. En restaurant Zeezicht heeft tegenwoordig airco.
Dingen veranderen. Beweging is een gegeven. Dat gaat zo, dat hoort zo. Maar toch, mijn hart deed een beetje zeer.
De volgende morgen zijn we op een roadtrip gegaan. Keiru na Boneiru. Kijken hoe het er verder was. De weg langs de kust kun je niet meer helemaal uitrijden. Er zit een bouwproject tussen. Ik zag ook leegstand. 'Sommige mensen komen op vakantie en vinden het geweldig. Dan willen ze op Bonaire wonen en kopen een huis. Ze gaan er wonen en dan blijkt dat het wel heel erg rustig is op het eiland. Te rustig. Zo rustig dat je er gek van wordt. En dan wordt zo'n huis na een poosje weer te koop gezet.' Zo werd mij uitgelegd. Hmm, dacht ik.
En we reden verder langs de kust...
... naar landhuis Karpata.
Er werd hier vroeger met Aloe gewerkt. Buiten het terrein staat nog een soort oven.
We reden door... langs het Gotomeer.
En daar zag ik hem:
Deze agave, helemaal gegraveerd met namen door mensen die denken zich daarmee voor eeuwig te hebben vastgelegd. Uit de agave groeide reeds het nageslacht waarmee de dood van de moederplant aangekondigd wordt. Zij zal sterven om haar jongen leven te geven. Met haar sterven ook alle ingekerfde namen. Ik denk aan de mensen die Bonaires rust niet kunnen verdragen en hun huis weer verkopen. En ik moet lachen... want wat wij mensen ook verzinnen aan verander- en verbetering, het is Bonaire dat blijft, lang nadat wij al zijn vertrokken.
Uiteraard moest en zou ik ook nog even kijken bij Lac. In mijn jeugdherinnering een enorme blauwe vlakte ondiep water in ongerepte natuur. Een karkas van een hotel stond er. Een mislukt avontuur van iemand. Als een spook of een waarschuwing voor de mens. 'Kom niet aan mij' zoiets leek Lac te willen zeggen. Ik weet nog dat ik dat dacht. En natuurlijk horen bij Lac ook de bergen met leeggehaalde karko's. Het was voor ons als kinderen de kif om er een te vinden zonder gat. Een gave, vergeten karko die als prijs mee naar huis werd getroond. Als toegift kregen we daar dan vaak een verrottingsgeur bij. Maar dat verhielp je door de karko uit te koken. Maar goed, Lac zoals ik het kende zag er ongeveer zo uit:
De realiteit van nu is iets anders:
Het Lac-meer van Bonaire is uitgeroepen tot een van de beste windsurfgebieden van de wereld. Ik heb fantastische freestylers aan het werk gezien. Wereldkampioenen, gewoon zo voor je neus.
En aan de andere kant van het meer daar lagen ze nog. De eigenlijke echte reden waarom ik naar Lac toewilde:
Ik was helemaal gelukkig. Hoewel mij de karkobergen kleiner leken dan vroeger. Maar dat zou natuurlijk ook kunnen komen omdat ik in de tussenliggende jaren groot ben gegroeid. Ter afscheid van Lac wierp ik nog een blik op de machtige zee die het meer instroomt.
Onderweg naar het Washingtonpark reden we langs een erf dat direct mijn aandacht trok. 'Stoppen,' riep ik. Ik wil foto's maken.
Hier moest een kunstenaar aan het werk zijn geweest. Ik stond voor een heuse Bonairiaanse installatie.
Flessen, oude transistorradio's, nummerborden, ondergoed, voetbalshirt... Ik fotografeerde en probeerde de link in het geheel te vinden.
De installatie bleek door te lopen. Ook in de boom voor het erf hing van alles.
En daar in die boom vond ik de link waar ik naar op zoek was:
Terug op Curacao besloot ik te bellen. (Stom, ik had er niet aan gedacht dat op Bonaire te doen) De telefoon werd opgenomen door Wibo Rames. Ik was de eerste die belde, dat had nog nooit iemand gedaan.
Wibo vertelde me dat hij geen kunstenaar is maar metselaar en timmerman. Zijn installatie is gewoon 'iets leuks' voor de toeristen. Wat hij vindt hangt hij op of spijkert hij vast.
Wibo is geboren en getogen op Bonaire, woont bij zijn moeder en heeft er nooit aan gedacht ergens anders dan op Bonaire te gaan wonen. Hij is voetbalveteraan en speelt elke zaterdagmiddag. Met zijn voetbalteam is hij wel op reis geweest. Zd Amerika, Suriname, Santo Domingo.
'Jammer, dat je op Curacao zit. De volgende keer dat je op Bonaire bent moet je me bellen. Dan maak ik leguanensoep voor je.' Daarmee sloten we af. En ik kan me wel voor mijn kop slaan dat ik in Bonaire zelf niet al gebeld heb. Dan had ik in elk geval een echte Bonairiaan ontmoet.
Ongeveer een vijfde deel van Bonaire is beschermd natuurgebied. De laatste eigenaar heeft dat zo bedongen. De man moet een visionair zijn geweest. Het is er prachtig. Ongerept. En het beste ervan vind ik dat wij mensen er echt alleen maar naar mogen kijken. 'Handjes thuis' en genieten.
Vlak naast Flamingo airport ligt de donkey farm. Een reservaat waar de ezels vrij rond kunnen rondlopen, zoals ze dat vroeger gewoon over heel Bonaire deden. Meer dan 400 ezels zitten er. En aangezien wij allemaal van dieren houden hebben we dit ezelreservaat opgezocht.
Met de auto mag je naar binnen rijden. Heel rustig. Heel voorzichtig want zodra je over de rasters rijd gebeurt er zoiets als dit:
Wie het leuk vindt draait zijn ramen wijdopen en vindt in drie seconden een ezelskop op ooghoogte.
Fluweelzacht zijn ze. Met hele mooie ogen die je doen vermoeden dat ze familie van de koe of de giraf moeten zijn... ergens in de loop van de evolutie zijn ze gewoon in ezels veranderd.
En nieuwsgierig zijn ze ook. Ze lopen mee met de auto, gaan er regelmatig voor lopen. En vergis je niet: Wij zijn de bezienswaardigheid.
Maar ongeacht hoe leuk dit is voor toeristen en misschien ook wel voor al die ezels:
Ik zie ze toch nog steeds het liefste gewoon vrij in de mondi staan.
En na dit uitstapje zijn we weer terug naar huis gegaan. Maar Bonaire, ondanks alle veranderingen, wat heb ik van je genoten.
Met stap 1 en stap 2 reeds achter de rug zette mijn zoon in januari stap drie en vier voor een medaille in de vijfkamp. Uiteraard ging ma weer mee. Het betrof de hindernisbaan en een atletiekparcours deze keer. Een spekkie naar het bekkie van mijn zoontje. Allemaal leuk, allemaal goed te doen.
Een hindernisbaan, vergooien, 50 m hardlopen, verspringen en twee rondjes om SDK. 'Ik kwam als tweede binnen, mam.'
Nu alleen nog een wandelmars te gaan. Het is bijna jammer dat de medaille dan binnen is.
In een eerdere blogpost deed ik verslag van een vriendin die via een contactadvertentie op zoek ging naar een 'echte' man. Ik sloot dat bericht af met de mededeling dat ene Juan, Ignatio en Wilhelm overgebleven waren en dat wij in de selectieprocedure zaten.
Welnu, hier volgt het vervolg van dat avontuur.
Mijn vriendin maakte een afspraak met elk van de drie heren. 'Alsjeblieft wel in een openbare gelegenheid,' riep ik. 'Je kunt nooit weten.'
Met Juan ging ze koffiedrinken. Op zijn verzoek bij de Kentucky op Sta Maria. Juan bleek van meer dan alleen koffiedrinken bij de KFC te houden. Hij was enorm en vertelde dat hij last had van zijn knieen. Hij was daardoor nu even a.o. In het hoofd van mijn vriendin knalde het plaatje van samen dansen uit elkaar.
Met Ignatio, die aangaf van cultuur te houden, maakte ze een afspraak om naar een ka'i orgel concert te gaan. Ze kocht twee kaartjes en wachtte bij de ingang op hem. 'Ik zal een witte sombre dragen,' had Ignatio gezegd. Mijn vriendin wachtte een uur. Geen ignatio. Zijn telefoon nam hij ook niet op. Na anderhalf uur verkocht ze het kaartje aan iemand anders. Ze heeft geprobeerd om toch nog van het concert te genieten.
Wilhelm maakte zelf een afspraak met haar. 'Ik wil je erg graag zien en spreken.' Hij nodigde haar uit voor een drankje in de stad. Het werd een gezellige avond waarin hij meer dan eens belangstellend vroeg: 'Wie is die man die jou net groette.' Stralend vertelde mijn vriendin dat het echt erg leuk met Wilhelm was. Totdat bleek dat hij haar om het uur belde om haar gangen na te gaan. Dat hij bij haar huis postte. Dat hij op haar werk verscheen om haar te escorteren. Mijn vriendin rook 'stront aan de knikker' en vertelde Wilhelm dat ze er genoeg van had.
Samen namen we de schade door en bespraken we de opties. Juan konden we altijd nog op een streng dieet zetten. Ignatio kreeg geen tweede kans. Hij beweerde van een steiger gevallen te zijn, net op het moment dat zij hem probeerde te bellen. Op de vraag wat hij op een steiger deed terwijl hij een afspraak had met haar wist hij geen antwoord te geven. En Wilhelm zouden we in therapie moeten doen vanwege zijn bezitterigheid. Mijn vriendin keek me aan en zei: 'Ik ben zestig. Ik heb geen tijd meer om dit af te wachten.'
Aldus was ons experiment mislukt. Tenminste dat dachten we toen. Maar er was 'iets' nieuws gebeurd met mijn vriendin. Er was een klein vuurtje in haar onstaan. De contactadvertentie had dat eigenlijk alleen maar aangewakkerd. Mijn vriendin stond na jaren alleen te zijn geweest weer open voor de liefde. En dat was alles dat cupido nodig had.
Een maand geleden liep ze bij haar moeder thuis aan tegen een vriendje uit haar jeugd. Pacheco, die ze al kende vanaf de kleuterschool. Hij was net terug uit Nederland en kwam groeten. Met groeiende verbazing hoorde hij haar verhaal aan. Hij schudde zijn hoofd, hakkelde en stotterde. Hij kleurde dieper en dieper rood. En uiteindelijk deed hij zijn mond open.
Pacheco hield al van haar vanaf de eerste dag dat hij haar gezien had, als kleuter. Maar hij was verlegen en durfde nooit iets te zeggen. In hun tienerjaren hield hij van haar op afstand. Hij zag haar omringd door anderen en nam genoegen met een vluchtige blik of een lach. Op zijn negentiende besloot hij op te staan en haar aan te spreken. Hij liep naar haar ouderlijk huis om te ontdekken dat zij net een dag of wat eerder naar Nederland was vertrokken.
De jaren dat hij ook in Nederland woonde ging hij naar haar op zoek. Zij was inmiddels getrouwd, had twee kinderen en was naar St Maarten verhuisd. Na dit bericht gaf hij het op maar droeg haar altijd op een speciaal plekje in zijn hart.
Mijn vriendin had haar mond heel ver open hangen toen hij haar dit allemaal vertelde. Pacheco praatte en ratelde door nu hij eindelijk kon zeggen wat hij al jaren eerder had willen doen. Toen hij stilviel wilde ze nog maar een ding vragen: 'Pacheco, hou je van dansen?' En Pacheco stond op, nam haar in zijn armen en fluisterde 'Kon por laga' in haar oor.
Naam kunstwerk: Haitie, lam van God. Kunstenaar: Ariadne Faries
Verschillende kunstenaars hebben de handen ineen geslagen om op 4 februari te Gallery Alma Blou een veiling te houden ten bate van Haitie. Een initiatief van (levens)kunstenaar Philippe Zanolino. De opbrengst van de veiling gaat via het Rode Kruis naar Haitie.
Ariadne's werk voor deze gelegenheid raakte me heel diep en inspireerde me tot de volgende woorden:
Het naakt van Haïtie
Naakt
zonder weerstand
zonder huid
Naakt dat
ontroert en
diep ontgoochelt
Mensenspiegel
van alle facetten
die wij zijn
als ook wij
ons binnenste
naar buiten
moeten keren
Geen oordeel
of verdoemenis
geen oorzaak
of gevolg
geen waarschuwing
straf of schuld
Niet hier
Niet nu
Niet voor hen
En niet voor ons
Net als zij
zijn wij
slechts lammeren
in de armen
van een God
die enkel liefheeft
Laatste reacties